Aljaferia in Zaragoza © David Vives - Unsplash
Jimmy Frey bezong Zaragoza, maar zette zelf nooit een voet in die hoofdstad van de Noord-Spaanse regio Aragon. Immens jammer, want het grote avontuur dat hij in zijn oorwurm bezingt, is ook echt te vinden in de imposante stad en zijn zuidwestelijke ommeland. Reis aan de hand van de zomerse songtekst mee langs de lokale Far West, een watervallenparadijs, mengelmoesarchitectuur en een ruïnestad als oorlogsreliek. Aragon is an sich een regio die perfect is om te bereizen met de camper en op de fiets, zou ook Jimmy Frey beamen.
In dit artikel laten we je meegenieten van Zaragoza en Aragon. De volledige reportage en meer inspirerende reisartikels kan je lezen in deze editie van Reiskrant, die je online kan bestellen.
Toegegeven, echt veel Belgen zullen ’s nachts wellicht nog niet naar Zaragoza gesoesd zijn. Hoog tijd om daar als droomdokter verandering in te brengen. De op vier na grootste stad van Spanje ligt heel centraal tussen Madrid, Barcelona en de Pyreneeën, op amper drie uur rijden of een groot uur sporen met de hogesnelheidstrein. De eerste aanblik wanneer je wakker wordt op het reusachtige stadsplein, is verbluffend. Je komt vooral ogen te kort om de immense Pilar-kathedraal in je op te nemen. De koepels met gekleurde azulejos-dakpannetjes en diverse torens strijden samen met de zwevende maagd Maria - die hier verschenen zou zijn - om de meeste aandacht. Je houdt het niet voor mogelijk, maar jaarlijks op 12 oktober is dit megalomane plein te klein om alle toestromende bedevaarders en feestvierders die de maagd bloemen willen schenken, te ontvangen.
Eenmaal bekomen van dat barokke meesterwerk, waar je binnenin naast het albasten hoofdaltaar fresco’s kan bewonderen van de excentrieke schilder Francisco Goya, treden nog twee bijzondere plekken langs weerszijden van het plein uit de schaduw. Enerzijds een fontein die van bovenaf de contouren heeft van Zuid-Amerika, om de verbondenheid van alle Spaanse sprekers ter wereld te belichamen, en anderzijds een tweede, kleinere kathedraal.
Die Séo is volgens de Zaragozano’s de enige echte katholieke hotspot van de stad en vertelt haar eigen verhaal. Doorheen de eeuwen heeft deze kathedraal veel bazen gehad, van de Romeinen die er een tempel uit de grond stampten tot de Moren die er een moskee van maakten en de christenen die er na de Reconquista (van de 11de tot 15de eeuw) de huidige kerkelijke bestemming aan gaven. Deze architecturale mengelmoes leeft door in de typische aanblik die Spanjaarden ‘mudejar’ noemen, een kunststijl die islamitische en christelijke kunstvormen verweeft. De mudejar-architectuur van Aragon staat al vier decennia op de Unesco-werelderfgoedlijst.
Meer uitgesproken mudejarpracht tref je als je de Ebro, de langste rivier van Spanje, twee kilometer westwaarts volgt. Het initieel Arabische kasteel Aljaferia, dat nu bekendstaat als het Paleis van de Vreugde, stond model voor het welgekende Alhambra. Dat wil wat zeggen. Dit paleis van de koningen van Aragon, waar nu het parlement zetelt, heeft een mixtilineair interieur vol rechte en gebogen lijnen, een troonzaal met Arabische bomen en ornamenten, een met sinaasappelbomen versierd binnenplein, praalplafonds vol enge werken, een rist reproductiedoeken van Rubens en enkele topstukken van Goya.
Van al die overlappende indrukken zou je maag beginnen knorren. Het blijft steeds wennen dat Spanjaarden ten vroegste om 14 uur middageten. Maar eens ze aan de tapas toe zijn, verglijdt alle tijd. In Zaragoza is het krinkelende gangenstelsel van El Tubo de tapashemel. De streektapa van Aragon is ‘migas aragonesas’, geoliede broodkruimels die voortspruiten uit het creatieve eetpatroon van de arme bevolking van weleer. Die migas worden op smaak gebracht met druiven, ei en longaniza, de plaatselijke worstspecialiteit.
Aljaferia in Zaragoza © David Vives - Unsplash
Hier had Jimmy Frey het bij het foute eind. Net als met de platenhoes van zijn tophit overigens, waarop Jimmy figureert op het strand van Knokke in plaats van Zaragoza, dat helemaal niet aan de kust ligt. Zaragoza heeft dan ook meer een landklimaat dan een zeeklimaat. ’s Winters kan het langdurig guur zijn, terwijl de zomermaanden steevast schrikbarend heet zijn. De lokale inwoners zoeken dan na hun siësta hun heil in het grote en heuvelachtige, schaduwrijke stadspark.
Het voorjaar (mei en juni) en najaar (september en oktober) zijn de ideale periodes om Zaragoza en de Aragonese omstreken te ontdekken. Dan kan je er met de camper en auto heerlijk rondcruisen en is de temperatuur optimaal om te fietsen en wandelen. Meestal toch, want periodes boven de 30 graden zijn dan ook al mogelijk.
Voor avontuurlijk vertier en roodrotsig natuurschoon dat je eigenlijk in de Verenigde Staten verwacht, rijd je vanuit Zaragoza een uurtje westwaarts. Vanuit de eeuwenoude uitvalsbasis Calatayud, waar de scheve gebouwen op het 12de-eeuwse marktplein letterlijk op elkaar leunen en waar Moren, christenen en joden ook allemaal hun stempel gedrukt hebben, kan je mountainbiken naar een andere planeet.
Op het grote gamma aan gravelwegen, waar het geurt naar lavendel en tijm, begint de pret als je de route van de Sierra de Armantes volgt. Of anders verwoord: de Ruta Far West. Hoogtepunt is het Armantes-massief, van waaruit je een onbelemmerd zicht hebt op de rode en groene omgeving. Helemaal te gek wordt het wanneer je de rode canyon, die gedurende een drietal kilometer niet moet onderdoen voor zijn voorouders in Arizona, inrijdt. Je daalt er bijwijlen heel steil af door de ijzerhoudende grond, onder overhangende rotsen en langs windstandbeelden, waarvan enkel de rode hoofden de wind kunnen weerstaan. Dit deel van de wit-geel gemarkeerde gravelroute is niet van de poes, maar uitwijkmogelijkheden staan mooi aangeduid. Volledig bestoft bereik je de meestal kurkdroge riviervallei. Een aanrader, in een gebied dat toeristisch absoluut niet platgereden is.
Zo’n gravelritje gaat je niet in de koude kleren zitten, dus is het tijd om af te koelen. Daarvoor rijd je nog iets verder door richting de grens met Castilla - La Mancha, tot je in Nuevallos het Monasterio de Piedra aantikt. In dit oude benedictijnerklooster zijn de monnikcellen getransformeerd tot een prijzig hotel. Saillant detail: de zwartgeblakerde keuken van het klooster, die je nu nog kunt bezoeken, was de eerste Europese plaats waar cacao geproefd werd. Die eer viel Hernan Cortes in 1530 te beurt.
Maar een veel grotere smaakmaker dan het kloostergebouw zelf, is het aanpalende park met talloze waterpartijen, dat een aangelegde combinatie is van de Plitvice-watervallen in Kroatië en de levada’s van Madeira. In deze symbiose van twee klimaatzones (steppe en mediterraans klimaat) kan je een wandeling maken van zeven kilometer, die je tussen walnootbomen van 400 jaar oud van de ene waterval naar de andere voert. De indrukwekkendste cascade bereik je door wentelend 172 treden af te dalen in een rots en zelfs even achter (en door) de watersluier te wandelen. Bellewaerde-vibes, waar je natgespetterd kan worden door de Niagara-attractie. Een gouden tip als je het Monasterio de Piedra bezoekt: kom tijdens de week, want in het weekend is het vaak te druk. Een ticket kost standaard € 19,70, senioren en kinderen betalen € 14.
Armantes-canyon © Björn Denys
In Aragon leiden absoluut alle wegen naar de aanwassende metropool Zaragoza, maar vrijbuiters zoeken hun heil in de schier verlaten heuvels. Vanuit het Monasterio de Piedra volgen de we de Jalon-rivier stroomafwaarts, naar de hyperdunbevolkte regio van Aranda. Deze uitgestrekte comarca bestaat uit 13 gemeentes, maar heeft in totaal amper 8.000 inwoners. Piepkleine bergdorpjes als Pomer en Purujosa tellen amper een twintigtal inwoners in de zomer en vier volharders in de winter. Deze streek wordt, samen met andere grotendeels ‘lege’ regio’s in Oost-Spanje, weleens spottend het Lapland van Spanje genoemd, met amper 8 inwoners per vierkante kilometer. Het gebrek aan basisvoorzieningen in de dorpen en een enorme braindrain van de jeugd, zorgen ervoor dat dit proces wellicht onomkeerbaar is.
Toch heeft deze vrij lege regio een aantal toeristische troeven, die een ommetje absoluut rechtvaardigen. Op die historische frontlijn tussen Aragon en Castillië liggen overal burchten en kastelen verstrooid. Het gros van daarvan is tot ruïnes verveld, maar twee kastelen staan wel nog (deels) overeind. De regionale hoofdstad Illueca wordt gedomineerd door het 14de-eeuwse kasteelpaleis van Papa Luna, dat tussen rotsen en palmbomen ingeplant is.
Die Papa Luna was misschien wel de meest zonderlinge paus uit de geschiedenis. Nu ja, tegenpaus, om exact te zijn, want hij regeerde als Avignon-paus tijdens het Westers Schisma. De nukkige man, die als ongelukspaus Benedictus de Dertiende door het leven ging, bleef zelfs na zijn afzetting doorregeren vanuit zin bekendere buitenverblijf in Peniscola, ten noorden van Valencia. Zijn Aragonese paleis wordt gekenmerkt door een opgekalefaterd portaal, een troonzaal waar de houten dwarsbalken vervaarlijk doorzakken en een Papa Luna-schedel als relikwie. De huppelende gids vindt het kasteel de mooiste plek op aarde, wat vooral te begrijpen valt als je op het balkon staat en het kurkeikenbos van Sestrica kan bewonderen.
Vanuit dezelfde periode dateert het nabije Castello de Mesones de Isuela, dat ruïneuzere trekken vertoont, maar nog mooier ingebed is in de glooiende omgeving vol wijn- en rozemarijnvelden. Ook hier zwaaide de Luna-familie de scepter, getuige het familie-insigne in de vorm van een zonsverduistering. Pas in het jaar 2000 werd dit kasteel weer opgewaardeerd, wat zichtbaar is aan de fraai gerenoveerde kantelen en binnenruimtes. Blikvangers zijn de bancos festejadores, zijnde bankjes voor zedige geliefden, en het plafond van de kerk, waarvan het 14de-eeuwse houtsnijwerk op de Unescolijst prijkt. Zonder een enkele nagel of spijker is dat 96 engelen tellende plafond in elkaar gevouwen. Ook de appelblauwzeegroene vloer is nog origineel.
Kraanvogel in Gallocanta © Santiago Lacarta - Unsplash
Hoeveel keer zou Jimmy Frey tijdens zijn leven het woord Saragossa uitgesproken hebben? Je geest zou voor minder op hol slaan. Maar de geestesgesteldheid van Jimmy, die in het echte leven als Ivan Moerman door het leven gaat, is zonder twijfel menigmaal beter dan van twee Spanjaarden die hun stempel gedrukt hebben op Aragon.
De eerste hebben we al eerder vermeld. Kunstschilder Francisco Goya is geboren in het petieterige dorpje Fuendetodos, vijftig kilometer ten zuiden van Zaragoza. Als schilder van portretten en vrolijke dorpstaferelen begon zijn carrière nog fleurig, maar door de gruwelen van de napoleonistische oorlogen raakte hij verbitterd en zonderde hij zich depressief af van de mensheid. In zijn latere werk schemerden die doemgedachten en duistere fantasieën door. Het gros van Goya’s werken hangt in het Prado, maar in zijn geboortedorp in Aragon is een museumpje gewijd aan zijn gravures. Vrolijk word je er niet van, want de Dood loert onder zijn mantel op schier elke schets om de hoek. Je merkt hoe Goya doorheen de tijd de waarheid ziet sterven. Dat de vrolijkste gravure een polsstokspringende matador voorstelt, toont hoever zijn absurditeiten strekten.
Voor € 3 kan je in combinatie met het gravuremuseum ook Goya’s geboortehuis bezoeken, al is die ruimte zo klein en weinigzeggend dat zelfs de Dood er niet op de loer kan liggen zonder zich steendood te vervelen. Aangenamer is het om door het dorp, dat geler oogt dan de oranje dorpen elders in Aragon, te struinen en de vele dierlijke kunstinstallaties en excentrieke streetartpogingen te bekijken die geïnspireerd zijn op Goya’s werk. Ondanks die kleinschaligheid ruikt Fuendetodos toeristische opportuniteiten, want de burgemeester trok ons bij de mouw naar bungalows en een camperplaats in opbouw. Handig is een e-bikeplatform (dat werkt via de app Turicleta), waar je fietsen kan huren voor een rit door de heuvelachtige steppestreek, waar druiven en graan elkaar afwisselen.
Met die e-bike is het maar enkele pedaalslagen tot in Belchite, waar een andere Spaanse machtswellusteling letterlijk littekens gekerfd heeft. Die despoot in kwestie is generaal Francisco Franco. Belchite werd het symbool van de ongenadige Spaanse Burgeroorlog. In deze stad vonden vanaf 1936 drie jaar lang hevige gevechten plaats tussen republikeinen en Franco’s nationalisten. Vooral in 1937 was het bloedvergieten er niet te overzien, toen de republikeinen het dorp huis voor huis heroverden op de verschanste nationalisten. Meer dan 5.000 lijken werden opgestapeld in olijfoliekelders.
Naar het idee van Winston Churchill om Ieper na de Eerste Wereldoorlog niet herop te bouwen, maar te bewaren als openluchtmonument, maakte de overwinnende Franco van Belchite een verwoeste propagandastad. In de kapel van de ruïneuze kathedraal zitten grote gaten van vliegtuigbommen en in een andere kerk zit nog steeds een onschadelijk gemaakte obus vast. Door gebrekkige conservatiesteun zijn de voorbije decennia veel huizen die de oorlogsstrijd overleefd hadden, toch ingestort. Vrolijk word je niet van een (geleid) bezoek, maar interessant is zo’n rondleiding absoluut. Je leert er hoe de nalatenschap van Franco Spanje nog steeds verdeelt. Tijdens het toeristische seizoen worden er elk weekend nocturnebezoeken georganiseerd, voor liefhebbers van het paranormale. Een bezoek aan Belchite kan je combineren met een wandeling of fietstocht door het natuurgebied El Planeron, waar vogels hun dorst lessen voor ze zich weer verstoppen in de semiwoestijn, of met een rondleiding en degustatie in de geroemde olijfoliemolen van Molino Alfonso.
Belchite © Fernando Jimenez - Unsplash
Voor de zilveren Ryanair-vogel je terugbrengt naar Jimmy Freys zalige Vlaanderen, kan je nog even rustig neerstrijken aan de oevers van de uitgestrekte Laguna de Gallocanta. In deze grootste lagune van het Iberische schiereiland leven 260 vogelsoorten. ’s Winters gebruiken zo’n 120.000 kraanvogels dit ondiepe water als startbaan naar het zuiden. Een halfuur voor zonsopgang nestelen vogelspotters zich aan de lagunerand om de opstijgende vlucht te aanschouwen. In de lente zijn vooral flamingo’s en roodknobbelkoeten aan het pootjebaden.
Als vroege vogel kan je de dag voortzetten met een fotozoektocht naar muurschilderingen van vogels (hoe kan het ook anders) in het dorpje Gallocanta zelf of je kan je vleugels uitslaan naar twee authentieke stadjes in de buurt. Anento staat geboekstaafd als een van de ‘Mas bonitas’-dorpen van Spanje, met zijn hemelsblauwe raamkozijnen die charmant contrasteren met de rode huizen. Twee toppertjes ter plaatse zijn de korte wandeling naar een waterval (die bleek wegtrekt in vergelijking met het Monasterio de Piedra) en het 46-luikige retabel in het 13de-eeuwse kerkje. Hier loop je niet pardoes binnen, want toegang tot dat retabel is enkel mogelijk van woensdag tot zondag, stipt om 12 uur 30.
Levendiger gaat het er enkele kilometers noordelijker aan toe in de ommuurde binnenstad van Daroca. Enkele eeuwenoude wachttorens en een verbrokkeld kasteel lonken naar het 15de-eeuwse straatbeeld, dat uitnodigt tot verkenning. Ook buiten de verbrokkelde stadsmuren is heel wat te beleven. Die heuvelachtig omringende woestenij is de plaats waar wijnranken van de Cariñena-streek gedijen. Door de hoeveelheid stenen in de ondergrond verkrijgt die “vino de las piedras” een heel eigengereide smaak. Het wijndomein annex hotel Tierra de Cubas is een aanrader, om te overnachten, proeven, dineren en ’s ochtends tussen de wijnranken te glooien. Net buiten Daroca wacht fietsliefhebbers nog een laatste groot avontuur. Daar passeert de 800 kilometer lange fietsroute van Santander naar Valencia, die je over oude spoorwegpaden (vías verdes), rustige secundaire wegen en heel wat gravelstroken van de Golf van Biskaje helemaal naar de Middellandse Zee leidt.
Maar voor het zover is lacht de zon je nog steeds toe in Saragossa, Saragossa, waar je levendig kan dromen van magistrale mudejar-architectuur, rode rotsen, vrome watervallen, doemdenkende schilders en dorpjes waar toeristen nog toegejuicht worden.
Daroca © Björn Denys
Ryanair vliegt vanuit Charleroi drie keer per week naar Zaragoza. Je kan er ook met de eigen auto/camper naartoe, al spreid je die 1.400 kilometer best over meerdere dagen.
In Aragon zijn er veel prachtige plekken om te overnachten met je camper. In Zaragoza is een ruime en heel gerieflijke camping, andere campings liggen heel verspreid.
Het fietsatelier Cicleria, gelegen in het hart van Zaragoza, promoot fietstoerisme in Aragon. Je kan er terecht voor fietshuur, herstellingen en route-informatie. In Aragon zijn er meer dan 300 bewegwijzerde fietsroutes, voornamelijk gravelcircuits.
Op de officiële website www.turismodearagon.com link je snel door naar alle bezienswaardigheden en kan je je reisroute samenstellen.